ECLI:NL:RBOBR:2020:1085

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
14 februari 2020
Publicatiedatum
21 februari 2020
Zaaknummer
C/01/352740 / FA RK 19-5027
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging van voornaam wegens zwaarwichtig belang

Verzoekster heeft bij de rechtbank Oost-Brabant een verzoek ingediend tot wijziging van haar voornamen. Zij ervaart het als belastend dat haar roepnaam niet officieel geregistreerd staat, wat haar emotioneel zwaar valt. De rechtbank heeft het verzoek behandeld tijdens de zitting van 31 januari 2020, waarbij verzoekster werd bijgestaan door haar advocaat en haar echtgenoot als toehoorder aanwezig was.

De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 1:4 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat wijziging van voornamen mogelijk maakt indien er een zwaarwichtig belang bestaat. Uit de toelichting bleek dat het de intentie van de ouders was om verzoekster met haar roepnaam aan te spreken, en dat het ontbreken daarvan in officiële documenten haar in de loop der jaren steeds meer is gaan storen.

De rechtbank stelde vast dat de gewenste voornaam niet ongepast is en niet overeenkomt met een bestaande geslachtsnaam, zoals vereist in lid 2 van artikel 1:4 BW Pro. Gezien het emotionele gewicht dat verzoekster aan de wijziging verbindt, werd het verzoek toegewezen. De beschikking is op 14 februari 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter J.W. Brunt.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornamen wordt toegewezen wegens zwaarwichtig belang van verzoekster.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/352740 / FA RK 19-5498
Uitspraak : 14 februari 2020
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:

[verzoekster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
hierna te noemen: verzoekster,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman.

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 19 november 2019;
- een F9-formulier met bijlage van mr. Appelman, gedateerd 5 december 2019.
De zaak is behandeld ter zitting van 31 januari 2020. Verschenen zijn verzoekster, bijgestaan door mr. Appelman, en de echtgenoot van verzoekster als toehoorder.

Het verzoek

Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoekster van [voornamen] ” in “ [gewenste voornamen] ”.

De beoordeling

De rechtbank kan wijziging van de voornaam gelasten op verzoek van de betrokken persoon als daarvoor een voldoende zwaarwichtig belang bestaat (artikel 1:4 Burgerlijk Pro Wetboek).
De rechtbank is, gelet op de toelichting van verzoekster ter zitting, van oordeel dat verzoekster een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij wijziging van haar voornaam. Duidelijk is dat het de bedoeling van de ouders van verzoekster is geweest om haar als roepnaam de naam “ [naam] ” te geven. Verzoekster heeft gemotiveerd naar voren gebracht dat het haar in de loop van haar leven steeds meer tegen de borst is gaan stuiten dat haar roepnaam niet terug te vinden is in officiële documenten. Verzoekster identificeert zich met haar roepnaam “ [naam] ” en het feit dat zij het gevoel heeft steeds te moeten kiezen of zij haar roepnaam wel of niet zal vermelden in (officiële) documenten drukt emotioneel gezien zwaar op haar.
Het is de rechtbank niet gebleken dat de door verzoekster gewenste voornaam ongepast is in de zin van artikel 1:4 lid 2 BW Pro, noch dat deze overeenstemt met een bestaande geslachtsnaam. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
De beslissing
De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornamen [voornamen] in [gewenste voornamen] .
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Brunt, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 februari 2020.
Conc: db
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op
andere wijze bekend is geworden.