Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN in België,
[minderjarige] ,
Het procesverloop
Het verzoek
De beoordeling
De beslissing
’s-Hertogenbosch.
Rechtbank Oost-Brabant
De jeugdrechtbank Antwerpen verzocht de rechtbank Oost-Brabant om de bevoegdheid over een minderjarige over te nemen en de noodzakelijke maatregelen te treffen, conform artikel 8 en Pro 15 van Verordening 2201/2003/EG (Brussel IIbis).
De rechtbank oordeelde dat het Belgische systeem van ondertoezichtstelling afwijkt van het Nederlandse systeem. In België staat een kind onder direct toezicht van de jeugdrechter die opdrachten kan geven aan de jeugdzorg, terwijl in Nederland het toezicht ligt bij een gecertificeerde instelling en de kinderrechter slechts op verzoek kan ingrijpen.
Vanwege deze wezenlijke verschillen kan de Nederlandse kinderrechter niet ambtshalve beslissingen nemen zoals de Belgische jeugdrechter dat kan. Daarom werd het verzoek tot bevoegdheidsaanvaarding afgewezen. De rechtbank wees erop dat een overdracht van toezicht via een zorgmelding bij de Centrale Autoriteiten dient te verlopen.
De beschikking werd gegeven door kinderrechter M.M.L. Wijnen en is openbaar uitgesproken op 17 februari 2020. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door verzoekers of belanghebbenden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot bevoegdheidsaanvaarding af vanwege verschillen in het kinderbeschermingssysteem tussen België en Nederland.