AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens verstandelijke beperking
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 26 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene vertoonde ernstig nadeel door acuut levensgevaar als gevolg van zeer suïcidaal gedrag, veroorzaakt door een verstandelijke beperking, een hechtingsstoornis en psychotische klachten.
De crisismaatregel was aanvankelijk opgelegd ter overbrugging totdat betrokkene kon worden opgenomen op een Wzd-erkende afdeling. Gelijktijdig werd een verzoek tot voortzetting van een inbewaringstelling op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) behandeld en toegewezen. De rechtbank oordeelde dat vanwege de verstandelijke beperking een machtiging op grond van de Wzd passender is dan op grond van de Wvggz.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking werd openbaar uitgesproken door rechter M. Lammers. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat een machtiging op grond van de Wzd passender is.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/355870 / FA RK 20-745
Uitspraak : 26 februari 2020
Beschikking betreffende een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel
van de rechtbank Oost-Brabant naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [postcode en adres] ,
verblijvende: [instelling] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. B. Kurvers.
Procesverloop
Bij verzoekschrift van de officier van justitie, gedateerd 24 februari 2020 en ingekomen ter griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 24 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 21 februari 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
de medische verklaring, gedateerd 21 februari 2020;
een uittreksel justitiële documentatie;
gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) en de Wvggz.
De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van de doorverwijzingsbeschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 februari 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020, op de locatie [instelling] . Het verzoek van de officier van justitie is gelijktijdig behandeld met de zaak bekend onder zaaknummer C/01/355885 FA RK 20-754 (verzoek tot voortzetting inbewaringstelling). Bij de behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
betrokkene, in tegenwoordigheid van haar advocaat mr. B. Kurvers;
de heer [naam] , arts verstandelijke gehandicapten;
mevrouw [naam] , begeleider;
mevrouw [naam] , teamleider;
mevrouw [naam] , GZ-psycholoog (telefonisch).
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig was, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dat bestaat in acuut levensgevaar voor betrokkene, die zeer suïcidaal is. Uit de medische verklaring van
21 februari 2020 komt echter naar voren dat het gedrag van betrokkene dat hieraan ten grondslag ligt vooral een gevolg is van de verstandelijke beperking van betrokkene, die wordt veroorzaakt door een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. In combinatie met een hechtingsstoornis en psychotische klachten leidt dit tot haar zelfdestructieve gedrag.
In de medische verklaring is aangegeven dat het verzoek op grond van de Wvggz is bedoeld om een noodzakelijke overbrugging te verkrijgen tot betrokkene kan worden opgenomen op een Wzd (Wet zorg en dwang)- erkende afdeling van [instelling] . Betrokkene is op [datum]
hiernaartoe overgeplaatst.
Tegelijk met het verzoek in deze zaak heeft de rechtbank een verzoek van het CIZ om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling in het kader van de Wzd behandeld en toegewezen met ingang van heden (zaaknummer C/01/355885 FA RK 20-754).
Nu de verstandelijke beperking in dit verband voorop staat, is een machtiging op grond van de Wzd in het geval van betrokkene passender dan een machtiging op grond van de Wvggz. Daarom zal de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen.
Beslissing
wijst het verzoek van de officier van justitie af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Lammers, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 26 februari 2020.
Conc: EWi
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.