Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[eiser 1] ,
2. [eiseres 2] ,
4. [eiseres 4] ,
Transavia Airlines C.V.,
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak waarin eisers compensatie vorderden van Transavia Airlines voor een vertraagde vlucht van Eindhoven naar Tenerife op 22 december 2017.
Transavia stelde dat de vlucht oorspronkelijk gepland was om 18:20 UTC te landen, maar daadwerkelijk pas om 23:18 UTC landde, wat neerkomt op een vertraging van 4 uur en 58 minuten. Van deze vertraging werd vastgesteld dat 3 uur en 44 minuten het gevolg waren van buitengewone omstandigheden, waardoor alleen 1 uur en 14 minuten aan Transavia kon worden toegerekend.
Volgens artikel 7 van Pro de Verordening hebben passagiers alleen recht op compensatie bij een vertraging van drie uur of langer die aan de luchtvaartmaatschappij kan worden toegerekend. Omdat de aan Transavia toe te rekenen vertraging minder dan drie uur bedroeg, werd de vordering afgewezen. Tevens werden de eisers veroordeeld in de proceskosten en nakosten, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen omdat de vertraging grotendeels het gevolg was van buitengewone omstandigheden.