Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een verstandelijke handicap met bijkomende psychische problematiek en een alcoholverslaving. Hoewel de wettelijke vereiste medische verklaring ontbrak, oordeelde de rechtbank dat afwijzing van het verzoek geen recht zou doen aan de situatie van betrokkene en tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden.
Tijdens de mondelinge behandeling op locatie waren onder meer de mentor, een Bopz-arts en een psycholoog aanwezig. Betrokkene vertoonde ernstige gedragsproblemen, waaronder agressie en stemmingswisselingen, en leefde in angst en stress. De opname en het verblijf in de instelling werden als noodzakelijk en geschikt beschouwd om ernstig nadeel te voorkomen, waarbij geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar waren.
De rechtbank erkende het dilemma door het ontbreken van de medische verklaring, maar gaf gewicht aan de ernst van de situatie en het belang van continuïteit van zorg. Betrokkene stemde zelf in met de machtiging. De rechtbank verleende daarom een machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, met het oog op het vinden van een geschikte woonplek binnen de instelling.