Uitspraak
[verdachte] ,
2. hij op of omstreeks 09 november 2018 te Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
- een overval op [benadeelde 1] op 2 november 2018 in Nuenen (feit 1);
- een poging tot een overval op [benadeelde 2] op 9 november 2018 in Aarle-Rixtel (feit 2);
- een overval op [benadeelde 3] op 19 december 2018 in Beek en Donk (feit 3) en;
- een overval op [benadeelde 4] op 8 januari 2019 in Helmond (feit 4).
Algemeen inleidende opmerkingen.
De verklaring van de medeverdachte.
De verklaring van de getuige.
De beantwoording van de vraag of de ten laste gelegde feiten zijn bewezen.
een proces-verbaal van aangifte, opgemaakt d.d. 2 november 2018, bron 1, dossierpagina’s 427-429, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] :
een proces-verbaal van verhoor aangever, opgemaakt d.d. 6 november 2018, bron 1, dossierpagina’s 432-436, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] :
een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 21 januari 2020 door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, bron 4, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [getuige] :
een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 20 maart 2019, bron 1, dossierpagina’s 477-480, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [getuige] :
een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 3 januari 2020, bron 3, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] :
de rechtbank begrijpt: [verdachte]] heb gedaan. Ik moest [verdachte] die mes geven en ik moest die wapen, een nep pistool, pakken. Toen moest ik schreeuwen tegen die man. Ik riep “open die kassa, snel”. Toen deed hij die kassa open en toen zijn wij in de auto gestapt.
een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 11 december 2019, bron 2, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van verdachte:
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]]. Vanuit Eindhoven zijn we naar Nuenen gereden.
een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt d.d. 9 november 2018, bron 1, dossierpagina’s 550-551, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
de rechtbank begrijpt. [slachtoffer 5]] en [slachtoffer 4] (vrouw), de eigenaren van de cafetaria. Wij hoorden de man tegen ons zeggen dat hij op 9 november 2018 om 21.30 uur de cafetaria had gesloten. Wij hoorden dat de man zei dat hij hoorde dat er op de ruit van de cafetaria werd geklopt. Wij hoorden dat [slachtoffer 5] zei dat de onbekende man vervolgens met kracht de deur open drukte. Ook zag hij dat er op dat moment een tweede voor hem onbekende man met een Afrikaans uiterlijk naar de deur van de cafetaria kwam lopen. Wij hoorden dat [slachtoffer 5] zei dat hij zag dat een zwart handvuurwapen en een mes werd getrokken. Wij hoorden dat [slachtoffer 5] zei dat hij vervolgens met kracht met de kolf van het vuurwapen tegen zijn voorhoofd werd geslagen door de eerste onbekende man. Wij zagen dat er een rode, licht gezwollen plek op het voorhoofd van [slachtoffer 5] te zien was. Wij hoorden dat [slachtoffer 5] zei dat hij de twee onbekende mannen met kracht de deur van de cafetaria uitgewerkt heeft en dat de mannen vanuit de cafetaria linksaf wegvluchtten.
een proces-verbaal van verhoor aangeefster, opgemaakt d.d. 11 november 2018, bron 1, dossierpagina’s 552-556, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] :
een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 21 januari 2020 door de rechter-commissaris, bron 4, belast met de behandeling van strafzaken, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [getuige] :
een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 11 april 2019, bron 1, dossierpagina’s 573-5860, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [getuige] :
de rechtbank begrijpt: verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte]] nog iets gezegd hebben toen ze weer instapten, zeg ik ja, iets van dat het heel moeilijk ging en dat het niet makkelijk ging of zoiets.
een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 3 januari 2020, bron 2, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] :
de rechtbank begrijpt: verdachte [verdachte]] heb gedaan. [verdachte] klopte op de deur, omdat hij frisdrank wilde hebben. Die man opende de deur. Die man luisterde niet. Bij deze overval hadden we geen geld, omdat die man mensen ging roepen. Alleen [verdachte] en ik waren hierbij betrokken.
een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 11 december 2019, bron 2, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van verdachte:
de rechtbank begrijpt respectievelijk: [getuige] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]] in de auto heb gezeten.
- een proces-verbaal van aangifte, opgemaakt d.d. 20 december 2018, bron 1, dossierpagina’s 961-964, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 7] ;
- een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 11 december 2019, bron 2, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- een proces-verbaal van aangifte, opgemaakt d.d. 8 januari 2019, bron 1, dossierpagina’s 1151-1153, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 8] ;
- een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt d.d. 11 december 2019, bron 2, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
Algemene overwegingen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
15 juli 2019 en 30 januari 2020, waarin onder meer de problematische leefgebieden van verdachte in kaart worden gebracht en geadviseerd wordt om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij de in het rapport van 15 juli 2019 neergelegde bijzondere voorwaarden.
Omstandigheden ten voordele van de verdachte.
De aan verdachte op te leggen straf.
Algemeen inleidende opmerkingen.
Uitgangspunten beoordeling vorderingen benadeelde partij in het strafprocesrecht.
De bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen.
8 januari 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 bewezenzoals hiervoor is omschreven.
ten aanzien van feit 1:diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen ten aanzien van feit 2:poging tot
gevangenisstrafvoor de duur
van 4 jaar en 6 maanden met aftrekovereenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
maatregel van schadevergoeding van EUR 1.264,94subsidiair 22 dagen gijzeling.
niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 4], in de vordering.
maatregel van schadevergoeding van EUR 854,75subsidiair 17 dagen gijzeling.
niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde 3]in de vordering.
maatregel van schadevergoeding van EUR 566,98subsidiair 11 dagen gijzeling.