De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk doen van onjuiste en/of onvolledige aangiften omzetbelasting namens verschillende rechtspersonen waarvan hij feitelijk bestuurder was. De aangiften betroffen onder meer de aankoop van onroerende zaken waarbij verdachte valse facturen gebruikte en wist dat de aankopen niet zouden worden betaald of geleverd. Hierdoor werd de fiscus benadeeld met een bedrag van meer dan €1.000.000, waarvan €435.000 daadwerkelijk werd uitbetaald.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust onjuiste aangiften heeft ingediend en daarbij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. Verdachte vertrouwde op een Italiaanse zakenman als financier, maar er was geen reële financiële basis voor de transacties. Verdachte gebruikte de ontvangen belastingteruggaven voor persoonlijke doeleinden, waaronder de aankoop van een woning voor zichzelf en zijn partner.
De verdediging pleitte voor vrijspraak en een taakstraf, mede vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de zorg voor zijn hulpbehoevende vrouw. De rechtbank wees dit af en legde een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, gelet op de ernst van de feiten, het eerdere strafrechtelijk verleden van verdachte en het ontbreken van berouw.