Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering, de grondslag en het verweer
4.De beoordeling
: “Betaling binnen 30 dagen na factuurdatum; vervaldatum 10 mei 2018”(bijlage 4 bij dagvaarding). Dit betekent dat met overschrijding van deze fatale betalingstermijn KPS zonder ingebrekestelling direct in (schuldenaars)verzuim is gekomen (artikel 6:83 sub a BW Pro). Hetzelfde geldt voor de verstreken betalingstermijnen van de andere facturen. Vast staat ook dat Ricoh heeft erkend dat er sprake is van een registratiefout bij printer A. Niet ter discussie staat verder dat zij meerdere keren heeft aangeboden om dit te herstellen en dat herstel ook mogelijk is. In dit verband heeft Ricoh aangevoerd dat KPS haar echter niet in de gelegenheid heeft gesteld om dit probleem te verhelpen. Zo werden afspraken steeds door KPS afgezegd en verkreeg zij geen toegang tot printer A. Uit de stukken, maar ook uit hetgeen KPS tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, blijkt dat zij Ricoh inderdaad niet in de gelegenheid heeft gesteld om de registratiefout bij printer A op te lossen (zie in dit kader ook wat hierover in rechtsoverweging 4.10 is overwogen). Daarnaast heeft KPS niet betwist dat dit beletsel haar is toe te rekenen. Dit betekent dat er sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van KPS. Als gevolg daarvan komt KPS op basis van artikel 6:54 aanhef Pro en sub a BW geen beroep op opschorting toe.