Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging voor onvrijwillige opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, type Alzheimer, voor de duur van twee jaar. De medische verklaring, opgesteld door een psychiater die de cliënt niet persoonlijk heeft onderzocht vanwege de COVID-19-pandemie, baseerde zich op uitgebreide schriftelijke en mondelinge informatie van diverse zorgprofessionals en familieleden.
Tijdens een telefonische behandeling op 9 april 2020, waarbij cliënt werd bijgestaan door haar advocaat, werden meerdere betrokkenen gehoord. De rechtbank constateerde dat ondanks het ontbreken van een persoonlijk onderzoek, de verklaring zorgvuldig was opgesteld gezien de uitzonderlijke omstandigheden van de pandemie en de kwetsbaarheid van de cliënt.
De rechtbank stelde vast dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en verwaarlozing, en dat opname noodzakelijk en passend is. Gezien het verzet van de cliënt en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, werd de machtiging verleend voor twee jaar. De beschikking werd op 9 april 2020 uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 15 april 2020.