Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend voor een machtiging tot opname en verblijf van een cliënt op grond van de Wet zorg en dwang. Vanwege de Covid-19 maatregelen vond de behandeling telefonisch plaats. De echtgenote van de cliënt gaf aan niet te willen dat de cliënt in een accommodatie wordt opgenomen, omdat zij hem wil kunnen bijstaan en bezoek bij opname niet mogelijk is. Tevens blijkt dat de cliënt door het gebrek aan prikkels minder agressief gedrag vertoont.
De advocaat van de cliënt bepleitte afwijzing van het verzoek omdat onduidelijk is hoe lang de Covid-19 maatregelen zullen duren. De casemanager verzet zich niet tegen aanhouding mits de veiligheid van cliënt en echtgenote niet in gevaar komt en benadrukte dat er momenteel een plek beschikbaar is, maar dat dit niet gegarandeerd kan worden bij toekomstige opname.
De rechtbank besluit het verzoek aan te houden voor vier weken en verzoekt de casemanager en advocaat uiterlijk 8 mei 2020 te berichten over de stand van zaken en of een verdere mondelinge behandeling wenselijk is. Bij een niet-crisissituatie kunnen zij de rechtbank tussentijds informeren. De beschikking is gegeven door rechter J.W. Brunt en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2020.