ECLI:NL:RBOBR:2020:2351
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering voor rechtskundige bijstand en proceskosten
De zaak betreft een betalingsvordering van eiseres, een juridisch dienstverlener, tegen gedaagde die rechtskundige bijstand ontving. Eiseres stuurde een factuur van € 2.336,45 die onbetaald bleef ondanks aanmaningen. Gedaagde stelde dat er een mondelinge afspraak was dat hij pas bij een bedrag van € 1.000,00 zou worden geïnformeerd, wat eiseres ontkende.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de opdracht schriftelijk was bevestigd en dat gedaagde geen bewijs leverde voor de mondelinge afspraak. De kantonrechter achtte het verweer onvoldoende onderbouwd en vond dat de factuur in verhouding stond tot de geleverde diensten, mede gelet op de specificatie en toelichting van de gemachtigde van eiseres.
Eiseres had tweemaal een korting aangeboden om een procedure te voorkomen, maar gedaagde weigerde deze. De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van het gevorderde bedrag, wettelijke rente vanaf 9 oktober 2019, en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten, waarbij geen salaris gemachtigde werd toegekend omdat eiseres voor zichzelf procedeerde.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.