Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 maart 2020;
- de brief van mr. Ling van 6 april 202, houdende conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties, genummerd 1 tot en met 13;
- de brief van mr. Brokking-van Alphen van 6 april 2020, houdende een pleitnotitie ten behoeve van de skype-zitting van 9 april 2020 en producties, genummerd 1 tot en met 6;
- de mondelinge behandeling via skype ter zitting van 9 april 2020;
- de brief van mr. Brokking-van Alphen van 8 april 2020, houdende een reactie op de conclusie van antwoord;
- de aanhouding ter zitting teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te beproeven;
- de afzonderlijke brieven van mr. Brokking-van Alphen en van mr. Lingvan 15 april 2020 met de mededeling dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken en waarin vonnis wordt gevraagd.
2.De feiten
- in de oneven weken van zondagavond 19.00 uur tot woensdag 8.15 uur;
- in de even weken van vrijdagavond 17.00 uur tot woensdag 8.15 uur (productie 3 van mr. Ling).
- de vrouw is bij uitsluiting gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [straatnaam] te [woonplaats] , op de dagen dat zij de zorg draagt voor de kinderen en de man is bij uitsluiting gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning op de dagen dat hij de zorg draagt voor de kinderen;
- [kind 1] en [kind 2] worden aan de vrouw toevertrouwd;
- de man heeft voorlopig contact met de kinderen in de echtelijke woning: iedere dinsdag van 15.15 uur tot woensdag 8.30 uur en een weekend per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot en met zondag 18.00 uur;
- de vakanties en feestdagen worden tussen partijen bij helfte verdeeld;
- de kinderen verblijven bij de vrouw op Moederdag en op de verjaardag van de vrouw;
- de kinderen verblijven bij de man op Vaderdag en op de verjaardag van de man.