De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad aan KPN B.V. voor het plaatsen van een vakwerkmast van 39,9 meter hoog, terwijl het bestemmingsplan een maximale hoogte van 15 meter toestaat. Eiser, wonende nabij het sportpark Ekkerzicht, betwistte de vergunning en stelde onder meer dat er onvoldoende participatie was geboden en dat er geen noodzaak was voor een nieuwe mast, mede vanwege het ontbreken van een afweging van sitesharing.
De rechtbank oordeelt dat de reguliere voorbereidingsprocedure correct is gevolgd en dat verweerder voldoende participatiemogelijkheden heeft geboden. De noodzaak voor een nieuwe mast is onderbouwd met verwijzing naar onvoldoende dekking en kwaliteit van het datanetwerk, en de locatiekeuze is gemotiveerd met het oog op alternatieven die niet geschikt zijn. De gezondheidsrisico’s zijn beoordeeld aan de hand van de ICNIRP-blootstellingslimieten, die niet worden overschreden.
De rechtbank stelt echter vast dat in het primaire en bestreden besluit niet duidelijk is gemaakt of en hoe de mogelijkheden voor sitesharing zijn onderzocht en benut. KPN heeft dit later toegelicht, waarna de rechtbank oordeelt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar in stand kunnen blijven. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de omgevingsvergunning blijft van kracht. Verweerder wordt opgedragen het griffierecht aan eiser te vergoeden.