Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift van 24 februari 2020, door de griffie van de rechtbank ontvangen op 27 februari 2020;
- het verweerschrift van 16 april 2020, door de griffie van de rechtbank ontvangen op 20 april 2020.
Rechtbank Oost-Brabant
Huurder huurt sinds 2010 een bedrijfsruimte van verhuurder, met een verlengde huurperiode tot 31 december 2019. Verhuurder zegde de huur op per die datum en sommeerde ontruiming per 1 maart 2020. Huurder betwistte de opzegtermijn en vroeg verlenging van de ontruimingstermijn met 12 maanden vanwege afhankelijkheid van zijn cateringbedrijf en de coronacrisis.
De kantonrechter oordeelde dat geen duidelijke wilsovereenstemming bestond over toepasselijke algemene voorwaarden en dat de huurovereenkomst eindigde op 31 december 2019. Verhuurder kon geen dwingende redenen voor directe ontruiming aantonen, zoals wanbetaling of ernstige overlast.
De belangenafweging wees uit dat de huurder zwaarder werd geschaad door snelle ontruiming dan verhuurder door voortzetting van gebruik. De kantonrechter verlengde daarom de ontruimingstermijn tot 1 januari 2021 en stelde de gebruiksvergoeding vast op €386,82 exclusief btw per maand, gebaseerd op de geïndexeerde huurprijs. Verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De ontruimingstermijn wordt verlengd tot 1 januari 2021 met een gebruiksvergoeding van €386,82 exclusief btw per maand.