ECLI:NL:RBOBR:2020:2680

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2020
Publicatiedatum
20 mei 2020
Zaaknummer
355564 KG ZA 20-88
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing straat- en contactverbod met gijzeling bij overtreding

Eiseres vordert een straat- en contactverbod tegen gedaagde vanwege eerdere gewelddadige incidenten, waaronder het binnendringen in haar woning en bedreigend gedrag in het bijzijn van de kinderen. Gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend.

De gezinsvoogd bevestigt dat omgang tussen gedaagde en de kinderen alleen onder zijn regie en begeleiding verantwoord is, vanwege het loyaliteitsconflict en de onvoorspelbaarheid van gedaagde. Eiseres wenst geen absoluut contactverbod, maar wel bescherming tegen ongereguleerd contact.

De voorzieningenrechter legt een verbod op voor gedaagde om zich in de woonomgeving van eiseres en de scholen van de kinderen te begeven en contact te zoeken, behalve onder begeleiding van de gezinsvoogd. Tevens wordt eiseres gemachtigd gedaagde in gijzeling te laten nemen voor overtredingen, omdat een dwangsom onvoldoende effect zou hebben.

Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Straat- en contactverbod met machtiging tot gijzeling bij overtreding toegewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/355564 / KG ZA 20-88
Vonnis in kort geding van 20 mei 2020
in de zaak van
[eiseres],
wonende te Helmond,
eiseres,
advocaat mr. I. Gerrand te Eindhoven,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 25 februari 2020 met 7 producties
  • de mondelinge behandeling via een skype verbinding op 11 mei 2020
  • het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Nu niet is weersproken dat gedaagde expliciet kenbaar heeft gemaakt dat hij na zijn detentie weer contact zal zoeken met eiseres en de kinderen, bestaan, gelet op de eerdere (geweldadige) incidenten die zich hebben voorgedaan tussen eiseres en gedaagde, waarbij gedaagde - onder andere - op 17 februari 2019 de woning van eiseres is binnengedrongen en eiseres, in het bijzijn van de kinderen, heeft geduwd en bespuugd, voldoende aanknopingspunten die het opleggen van een straat- en contactverbod rechtvaardigen.
2.2.
De ter zitting eveneens gehoorde gezinsvoogd, de heer [naam gezinsvoogd] , heeft toegelicht dat hij het opleggen van een straat- en contactverbod in de gegeven omstandigheden geindiceerd acht. Met gedaagde kunnen geen afspraken worden gemaakt met betrekking tot (een structurele en gestructureerde) omgang met de kinderen. Gedaagde neemt wanneer het hem uitkomt contact op met de kinderen, en zet de kinderen ook in voor zijn conflict met eiseres, zodat zij in een loyaliteitsconflict raken. Het is op dit moment relatief rustig in het gezin van eiseres, maar de vrees bestaat dat als gedaagde ineens weer bij het gezin in beeld komt, de rust en stabiliteit die er nu is, weer verstoord raakt. De gezinsvoogd acht het in het belang van de kinderen dat omgang met hun vader plaatsvindt, maar de gezinsvoogd acht het in het belang van de kinderen dat hij daarover als gezinsvoogd de regie houdt. Nu eiseres ter zitting voorts heeft verklaard dat zij geen absoluut verbod beoogt, waarbij geen enkel contact tussen gedaagde en de kinderen mogelijk is, zal het het gevorderde straat- en contactverbod worden toegewezen, met dien verstande dat het verbod niet geldt voor zover contact plaatsvindt tussen de kinderen en gedaagde onder begeleiding van en via tussenkomst door de gezinsvoogdij medewerker, zoals hierna in het dictum omschreven.
2.3.
De primair gevorderde machtiging van eiseres om het vonnis zelf ten uitvoer te leggen door gedaagde in gijzeling te laten nemen voor een periode van driemaal 24 uur voor iedere keer dat hij in strijd handelt met de op te leggen verboden zal eveneens worden toegewezen. Gemotiveerd is gesteld dat gedaagde geen (bekende) inkomsten heeft, zodat aannemelijk is dat van het opleggen van een dwangsom in casu als pressiemiddel om de verboden na te komen onvoldoende effect zal uitgaan.
2.4.
Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op € 633,00 salaris advocaat. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verbiedt gedaagde gedurende één jaar na betekening van dit vonnis zich te bevinden in de woonomgeving van eiseres en de scholen van de kinderen, te weten de [straatnaam] , de [straatnaam] en de [straatnaam] te [woonplaats] ,
3.2.
verbiedt gedaagde gedurende één jaar na betekening van dit vonnis anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met eiseres en de kinderen van partijen, [naam kind] , [naam kind] en [naam kind] ,
3.3.
bepaalt dat de onder 3.1. en 3.2. genoemde verboden niet gelden indien en voor zover deze verboden contacten tussen gedaagde en zijn kinderen in de weg staan, onder de voorwaarde dat deze contacten tussen gedaagde en zijn kinderen telkens slechts plaats mogen vinden na voorafgaand overleg met en goedkeuring van de gezinsvoogd en met inachtneming van de eventueel door de gezinsvoogd aan zijn goedkeuring te verbinden voorwaarden,
3.4.
machtigt eiseres om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien gedaagde in gebreke blijft aan het onder 3.1. en 3.2. van dit vonnis bepaalde te voldoen,
3.5.
machtigt eiseres om gedaagde in gijzeling te laten nemen voor een periode van driemaal 24 uur voor iedere keer dat gedaagde in gebreke blijft aan het onder 3.1. en 3.2. van dit vonnis bepaalde te voldoen,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 633,00,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2020.