ECLI:NL:RBOBR:2020:2728
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.P.G. Wielders
- I. S. Peskens
- T. van de Woestijne
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen productie synthetische drugs
Verdachte werd beschuldigd van het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs, waaronder amfetamine en MDMA, in de periode van 27 maart 2018 tot en met 31 mei 2018. De tenlastelegging betrof onder meer het bezit van grondstoffen, laboratoriumbenodigdheden en het gebruik van loodsen.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met een medeverdachte meerdere keren grondstoffen voor drugsproductie had ontvangen en vervoerd, onderbouwd met observaties, verklaringen van een betrokkene en peilbakengegevens. De verdediging betoogde dat verdachte slechts contact had over poets-chemicaliën en geen zeggenschap had over de loodsen in Nuenen, noch betrokken was bij de voorbereidingshandelingen.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te verbinden aan de voorbereidingshandelingen binnen de tenlastegelegde periode. Met name ontbrak bewijs voor betrokkenheid bij de loodsen in Nuenen en contact met medeverdachte in die periode. De enkele observatie van een vervoersbeweging op 27 maart 2018 was onvoldoende om de tenlastelegging te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen productie synthetische drugs.