Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De geldigheid van de dagvaarding.
De bevoegdheid van de rechtbank.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Schorsing der vervolging.
Bewijs
primair) dan wel zware mishandeling van [slachtoffer] (
subsidiair) dan wel poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] (
meer subsidiair), telkens tezamen en in vereniging gepleegd.
primair).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
de rechtbank begrijpt: 66 maanden) gevorderd en verzocht hierbij geen toepassing te geven aan artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht nu verdachte, na het eerdere sepot, reeds voor zijn inverzekeringstelling financieel is gecompenseerd.