ECLI:NL:RBOBR:2020:2910
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onvolledig invullen siloregistratienummers op vervoersbewijzen dierlijke meststoffen
Eiseres, een intermediaire onderneming en vervoerder van dierlijke meststoffen, diende 166 vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM's) in waarop het siloregistratienummer van leverancier en/of afnemer ontbrak. Dit was een overtreding van artikel 61 van Pro de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Eiseres stelde dat de registratienummers onjuist waren vanwege een fout van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die GPS-coördinaten van silo's verkeerd had geregistreerd, waardoor silo's onterecht in het buitenland stonden geregistreerd. De rechtbank oordeelde echter dat het registratienummer wel degelijk de silo identificeert en dat eiseres geen goede reden had om het nummer niet in te vullen zonder dit schriftelijk aan de minister te melden.
De minister had een boete van €3.400 opgelegd, gebaseerd op een staffel van €200 per 10 transporten. Later matigde de minister de boete naar €3.320. Eiseres voerde aan dat de boete verder gematigd moest worden op grond van het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een ander besluit waarin de minister boetes matigde per klasse van 20 transporten. De rechtbank vond dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom in deze zaak niet dezelfde matiging werd toegepast en oordeelde dat de boete daarom moest worden vastgesteld op €1.660.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en stelde de boete vast op €1.660. Tevens werd de minister veroordeeld tot terugbetaling van het griffierecht en vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van correcte registratie en communicatie met de minister bij onduidelijkheden over registratienummers en handhaaft het gelijkheidsbeginsel bij boetematiging.
Uitkomst: Boete gematigd tot €1.660 wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en vernietiging van het bestreden besluit.