De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte, een medewerkster finance, veroordeeld voor verduistering uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking. Gedurende een periode van ruim vijf jaar heeft zij ongeveer 2,57 miljoen euro van haar werkgever verduisterd door betalingen naar haar eigen rekening te laten overboeken.
De rechtbank verwierp het verweer dat sprake zou zijn van een ander strafbaar feit (artikel 350a Sr) en oordeelde dat verdachte de gelden wederrechtelijk onder zich had gekregen door haar functie misbruikte. Er is sprake van recidive, aangezien verdachte eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en deels tijdens de proeftijd opnieuw strafbare feiten pleegde.
De strafmaat is vastgesteld op een gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek van het voorarrest. Daarnaast wordt een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 13 weken ten uitvoer gelegd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter vanwege de noodzaak van nader onderzoek.
De rechtbank weegt zwaar mee dat verdachte doelbewust en geraffineerd handelde, grote schade veroorzaakte en geen terugbetaling heeft gedaan. Psychologisch onderzoek wees uit dat er geen ernstige psychiatrische stoornissen zijn. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk om het gedrag te bestraffen en herhaling te voorkomen.