Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
Een proces-verbaal van bevindingen met [nummer 2] -3 van 14 juli 2018, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pag. 17 – 19, voor zover inhoudende:
Wij zagen dat in de bocht van de [adres 2] met de [straatnaam] een voertuig op de zijkant lag.
Een proces-verbaal van bevindingen met [nummer 2] -57 van 30 december 2018, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 3] , pag. 49 – 50, voor zover inhoudende:
Proces-verbaal Verkeersongeval Analyse met [nummer 2] van 3 december 2018, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal Technisch onderzoek met [nummer 2] van 17 juli 2018, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 6] , voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 13 augustus 2018, opgesteld door [traumachirurg] , inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] met [nummer 2] -37 van 20 juli 2018, opgemaakt door de [verbalisant 7] , pag. 76 – 80, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] met [nummer 2] -41, van 10 augustus 2018, pag. 85 – 87, voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 30 juli 2018, opgesteld door [traumachirurg 2] , inhoudende:
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 17 juli 2018, opgemaakt door [behandelend arts] , inhoudende:
Een proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse met nummers 2018 202781 & 2018 313981 van 15 juli 2018, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , pag. 97 – 101, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal rijden onder invloed met [nummer 2] -46 van 30 december 2018, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 3] , pag. 124 – 126, voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ‘Rapport Alcohol en drugs in het verkeer’ van 29 augustus 2018, pag. 134 – 135, voor zover inhoudende:
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 mei 2020, voor zover inhoudende:
Nadere bewijsoverweging.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
1 jaar, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Een gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden
Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigente besturen (bromfietsen daaronder begrepen) voor de duur van
4 jaren,met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.