Op 29 juli 2018 veroorzaakte verdachte onder invloed van ketamine een eenzijdig verkeersongeval op de A50 bij Oss, waarbij een inzittende ter plaatse overleed en een andere ernstig gewond raakte. Verdachte reed in een links verlopend weggedeelte rechtdoor, op de vluchtstrook en vervolgens de berm in, waarna de auto over de kop sloeg en tegen bomen botste.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend handelde, mede door het gebruik van ketamine met een hoge concentratie in zijn bloed. Verdachte was bekend met de effecten van ketamine en verklaarde in een extase te zijn geraakt tijdens het rijden. Er waren geen externe factoren die het ongeval veroorzaakten.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes voorwaardelijk, en een rijontzegging van drie jaar. De verdediging voerde aan dat het causale verband ontbrak en stelde een lichtere straf voor. De rechtbank volgde deels de verdediging en legde een taakstraf van 240 uur (subsidiair 120 dagen hechtenis), een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden met een proeftijd van twee jaar en een voorwaardelijke rijontzegging van drie jaar op.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de schuld van verdachte, het overlijden van een vriend en het zwaar letsel van diens partner, maar ook met de bijzondere omstandigheden zoals het schuldbewustzijn van verdachte, het contact met nabestaanden en het lange tijdsverloop tussen ongeval en vonnis. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd waaronder verslavingsreclassering en controle op middelengebruik.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 18 juni 2020.