Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Scientia Ltd,
1.De procedure
tot verkrijging van een billijke vergoeding ex artikel 7:671c lid 2 onder b sub 2 BW en tot verkrijging van een transitievergoeding op grond van artikel 7:673 lid 1 onder Pro b sub 2 BW. Ook verzoekt [verzoeker] om Scientia te veroordelen tot betaling van achterstallig loon, bestaande uit commissie, en tot betaling van achterstallige loonkostenvergoeding, vermeerderd met wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro.
2.Inleiding
heeft bij brief van 13 mei 2019 aan Scientia gevraagd om details over de verdenkingen aan zijn het adres. Op 21 mei 2019 heeft Scientia wel de ontvangst van de brief bevestigd, maar verder geen details vrijgegeven.
3.Het verzoek en het tegenverzoek
€ 8.326,42 wegens buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand;
7:625 BW, en derhalve in totaal het bedrag van € 63.715,85;
€ 4.204,00 per maand en vergoeding van onkosten over de maanden maart tot en met juli 2020 te voldoen, althans tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, met toepassing van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro indien Scientia niet tijdig tot betaling overgaat;
€ 18.686,80.
De Europese universiteiten die zich roerden, behoren tot de klantenkring van [verzoeker] en [verzoeker] leek bij het veroorzaken van de onrust in de markt betrokken. Binnen het onderzoek heeft Scientia [verzoeker] diverse keren gehoord, waarbij [verzoeker] geen sluitende verklaring of rechtvaardiging voor zijn handelen heeft gegeven. De verdenkingen tegen [verzoeker] zijn volgens Scientia zo ernstig dat het gerechtvaardigd is om hem nog geen werk te laten verrichten. [verzoeker] heeft voor, tijdens, maar ook na de interviews geen volledige openheid van zaken gegeven en sinds november 2019 is [verzoeker] ook nog volledig arbeidsongeschikt, wat het onderzoek bemoeilijkt. Afhankelijk van de uiteindelijke uitkomst van het onderzoek zal Scientia bepalen wat de juiste manier is om verder te gaan met [verzoeker] .
4.De beoordeling van het verzoek van [verzoeker]
De kantonrechter zal hierna ingaan op de vraag of er voldoende aanleiding en rechtsgrond bestond voor schorsing van [verzoeker] , waarbij het langdurig tijdsverloop, bezien in het licht van alle omstandigheden waaronder de belangen van partijen, zal worden meegewogen.
De omstandigheid dat [verzoeker] bevriend is (geweest) met [ex-werknemer Scientia] , een oud collega en nu concurrent van Scientia, zegt - zonder concrete aanwijzingen van onoorbaar handelen, die zich naar het oordeel van de kantonrechter niet in het dossier bevinden – in dit verband evenmin iets.
Deze stelling van Scientia wordt door de kantonrechter gevolgd, wat betekent dat het verzoek van [verzoeker] om Scientia te veroordelen tot betaling van onkostenvergoeding (vermeerderd met de wettelijke verhoging) wordt afgewezen.
“Employee shall be paid a gross salary of € 3,455 per month and a car allowance of € 570, payable at the end of each month. In addition the Employee will be paid an allowance of € 0,11 per km driven in performance of his duties”.Er wordt dus niets afgesproken over commissie. Evenmin wordt verwezen naar (het bestaan van) Commission Plans of enige aanspraak daarop. Sterker nog, in de op naam gestelde Commission Plans 2017 en 2018 waarin aan [verzoeker] commissie is toegekend, (door Scientia ingebracht als productie 6) is een pagina “Commission Plan General Conditions” bijgevoegd, waar in punt 9. het volgende is bepaald: “
Payments under this Scheme do not form part of your terms and conditions of employment”. Daarbij komt punt 11.
“Management reserves the right to withhold commission payement in the event of selling mallpractice or customer/partner dissatisfaction”en punt 12. “
All commission payments made are at the discretion of the Executive Committee and must comply with the requirements of the Scientia’s Remuneration Committee”.
Uit artikel 7:634 lid 1 BW Pro volgt het uitgangspunt dat de werkgever een vakantiedagen-administratie bijhoudt. Dit volgt ook uit artikel 7:641 lid 2 BW Pro, waarin de werkgever de verplichting wordt opgelegd een verklaring uit te reiken waaruit blijkt over welk tijdvak de werknemer nog aanspraak heeft op vakantie. Dit impliceert dat de werkgever verplicht is de werknemer desverlangd inzage in de administratie en zo nodig bewijs te verschaffen (ECLI:NL:HR:1991:ZC0293).
1 augustus 2020.
5.De beoordeling van het zelfstandig tegenverzoek van Scientia
In het geval [verzoeker] gebruik maakt van zijn intrekkingsrecht en de arbeidsovereenkomst na
1 augustus 2020 in stand blijft, is [verzoeker] uit hoofde van deze arbeidsovereenkomst gehouden om medewerking te verlenen aan het onderzoek van Scientia. Daarbij komt dat [verzoeker] heeft meegewerkt aan alle vier de interviews waartoe Scientia hem heeft uitgenodigd en ook in deze procedure zijn bereidheid heeft uitgesproken om zijn medewerking te verlenen aan het onderzoek. In het geval de arbeidsovereenkomst niet in stand blijft, bestaat geen wettelijke grondslag voor het verzochte gebod om medewerking aan het lopende onderzoek.
Hierover is in rechtsoverweging 4.25 tot en met 4.30. door de kantonrechter reeds het nodige overwogen en beslist. De kantonrechter zal dan ook, in lijn met hetgeen hier eerder over is geoordeeld en beslist, dit gebod afwijzen.