Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een handhavingsbesluit tegen een varkenshouderij die niet in overeenstemming met de omgevingsvergunning van 2014 opereert. De veehouderij houdt dieren in stallen die niet zijn aangesloten op luchtwassers zoals voorgeschreven, en er zijn diverse overtredingen geconstateerd, waaronder afwijkingen in stalindeling en luchtwasserplaatsing.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit waarin dwangsommen zijn opgelegd voor overtredingen van vergunningvoorschriften. Zij betoogt dat de geurbelasting gelijk blijft ondanks afwijkingen en dat handhaving onevenredig is. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vergunning het recht geeft het bedrijf conform de vergunning te exploiteren, niet een recht op een bepaalde geurbelasting. Het ontbreken van luchtwassers in stallen 3 en 4 is een overtreding die niet onevenredig is om te handhaven.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en het primaire besluit voor lasten 2 en 3 tot de uitspraak op het beroep, en last 1 tot 4 weken na deze uitspraak. Verzoekster krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening, maar niet voor het bodemgeding.