Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 juni 2020 met 13 producties
- de mondelinge behandeling die – in verband met de Covid-19 maatregelen – via Skype-verbinding plaats vond op 19 juni 2020
- de pleitnota van de zijde van [gedaagde 1] en de door [gedaagde 1] overgelegde producties G1 t/m G13
- de bepaling van de voorzieningenrechter ter zitting van 19 juni 2020 in overleg met partijen dat de zaak tot 26 juni 2020 zou worden aangehouden ten behoeve van overleg tussen partijen
- het e-mailbericht van 23 juni 2020 met bijlagen van de zijde van [eiseres]
- het e-mailbericht van 23 juni 2020 van de zijde van [gedaagde 1]
- het e-mailbericht van 24 juni 2020 met bijlagen van de zijde van [eiseres]
- de akte van 25 juni 2020 van de zijde van [gedaagde 1] met (opnieuw) producties G1 t/m G13 en de aanvullende producties G14 en G15
- de voortgezette mondelinge behandeling die via Skype-verbinding plaats vond op 26 juni 2020 en de bezichtiging ter plaatse door de voorzieningenrechter en de griffier aansluitend aan de mondelinge behandeling aan het pand van [eiseres] aan de [adres] en aan het pand van [gedaagde 1] aan de [adres] te ’s-Hertogenbosch
- de pleitnota van de zijde van [eiseres]
- de pleitnota van de zijde van [gedaagde 1]
- het e-mailbericht van mr. Van Beijsterveldt van 30 juni 2020
- het e-mailbericht van mr. Bruins Slot van 30 juni 2020
- het e-mailbericht van mr. Van Beijsterveldt van 1 juli 2020
2.De feiten
vrzr) en de winkelexploitatie door [naam dochter 1] . De verplichting van mijn dochters betreft de nakoming van al hetgeen in gemeld stuk is bepaald (…)