De zus vordert in een kort geding een contactregeling met haar vader, die samenwoont met haar broer. De vader is niet onder curatele gesteld, maar zijn goederen zijn onder bewind gesteld met de broer als bewindvoerder. De zus verwijt de broer dat hij de vader bij haar weg houdt en verlangt onder meer medewerking aan contact, sleuteloverdracht en informatieverstrekking.
De rechtbank oordeelt dat de vader procesbevoegd is en zelf zijn wil kan bepalen. Omdat de vordering niet betrekking heeft op vermogensrechtelijke zaken, maar op het recht op contact, had de zus de vader zelf moeten dagvaarden. De procedure tegen de broer alleen is onvoldoende om een contactregeling te treffen.
De rechtbank wijst de vorderingen af, ook omdat de vader niet verplicht kan worden tot contact als hij dat niet wil. De broer hoeft geen medewerking te verlenen aan een niet-bestaande contactregeling en hoeft geen sleutel te overhandigen. Wel is er een grond om de broer te informeren over het verlaten van het verpleeghuis door de vader, maar niet over zijn gezondheid. De proceskosten worden gecompenseerd.