De man verzocht de rechtbank om toestemming om zijn drie minderjarige kinderen met het vliegtuig naar Zwitserland te laten reizen voor een verblijf van 31 juli tot 23 augustus 2020, begeleid door zijn broer. De vrouw, met wie hij gezamenlijk gezag heeft, maakte bezwaar vanwege de COVID-19 pandemie, waarbij zij stelde dat het reizen per vliegtuig onveilig is, vooral gezien de astmatische aandoeningen van twee kinderen die hen tot een risicogroep maken.
De rechtbank stelde vast dat het verblijf in Zwitserland op zich geen bezwaar vormde, maar dat het vliegvervoer risico's met zich meebrengt door het ontbreken van 1,5 meter afstand in het vliegtuig en de drukte op luchthavens. De kinderen zelf gaven aan het eng te vinden om te vliegen en liever in Nederland te blijven. De rechtbank achtte het belang van de kinderen leidend en concludeerde dat het vliegvervoer momenteel niet in hun belang is.
De rechtbank wees daarom het verzoek van de man af en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. De uitspraak werd gedaan op 31 juli 2020 door de voorzieningenrechter E. Loesberg.