De rechtbank Oost-Brabant heeft op 30 juli 2020 een beschikking gegeven inzake een verzoek van het Openbaar Ministerie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene vertoont ernstig nadeel, waaronder een aanzienlijk risico op levensgevaar, lichamelijk letsel en psychische schade voor anderen, mede door herhaalde mishandeling van zijn echtgenote en agressie in de opnameaccommodatie. Daarnaast is er sprake van ernstige zelfverwaarlozing. Dit alles wordt vermoed veroorzaakt door een uitgebreide neurocognitieve stoornis met gedragsstoornissen.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De gevraagde zorgmachtiging kan echter niet voor twaalf maanden worden verleend omdat de eerdere machtiging was verlopen en niet tijdig verlengd is. Daarom wordt de machtiging verleend voor zes maanden, met specifieke maatregelen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie.
De beschikking is openbaar uitgesproken door rechter M. Lammers en het rechtsmiddel van cassatie staat open.