Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Eiseres is eigenaar van een aantal chalets op camping [naam] aan het [adres] te [vestigingsplaats] (in de gemeente Vught). Zij verhuurt deze chalets onder andere via websites van Belvilla en Booking.com en soortgelijke bedrijven. Op de camping zijn gemeenschappelijke voorzieningen zoals een zwembad en tennisbanen aanwezig. Er is een parkreglement waarin is bepaald dat ieder ander gebruik van het kampeermiddel (zoals een chalet) dan ten behoeve van verblijfsrecreatie niet is toegestaan.
- Op de betreffende gronden is het bestemmingsplan “Buitengebied 2011” van toepassing. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Recreatie-verblijfsrecreatie’. Hierbij is onder meer toegestaan een bedrijfsmatig geëxploiteerd terrein met recreatieverblijven met bijbehorende centrale en horecavoorzieningen en extensieve dagrecreatie. Permanente bewoning van een recreatieverblijf is uitdrukkelijk verboden.
- Verweerder stelt in het verleden meermalen arbeidsmigranten te hebben aangetroffen op de camping. Personen die een chalet huren en die van daar uit gaan werken bij een bedrijf in de omgeving. Op 13 april 2018 is een Roemeense chauffeur met een huurauto een voortuin ingereden. Naar aanleiding van de constateringen en het (uitdrukkelijk genoemde) ongeluk van 13 april 2018 heeft verweerder een brief gestuurd waarin staat dat hij van plan is een last onder dwangsom op te leggen. Eiseres heeft hierop gereageerd. Verweerder heeft daarna het primaire besluit genomen.
- Op 5 oktober 2018 en 12 oktober 2018 hebben twee personen een bezoek gebracht aan de camping. Deze twee personen zijn werkzaam bij het bedrijf MB-ALL in Utrecht dat door de gemeente Vught is ingeschakeld om toezicht te houden op de naleving van regelgeving. Hiertoe zijn beide personen op 2 oktober 2018 aangewezen als gemeentelijk toezichthouder. Verweerder heeft de beschikking over het nachtregister van de camping. Beide personen hebben een aantal chalets gecontroleerd en hiervan zijn handmatig ingevulde inventarisatieformulieren gemaakt. Deze zijn ondertekend door een van beide personen en de persoon die is geïnterviewd. Naast naam, geboortedatum en nationaliteit is gevraagd naar de verblijfsduur en de naam aan wie huur wordt betaald. Tot slot kon een keuze uit 11 mogelijkheden worden gemaakt voor het invullen van de reden voor verblijf. Onder aan het formulier is aangegeven dat de inventarisatie wordt uitgevoerd in opdracht van de gemeente Vught en dat de geïnterviewde niet van rechtswege verplicht is om mee te werken aan het onderzoek. Het formulier is in de Nederlandse taal.
- Naar aanleiding van de beide controles heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat in 11 chalets arbeidsmigranten zijn aangetroffen en dat er dus 11 keer een dwangsom is verbeurd. Hiervoor is een aanmaning verstuurd op 7 november 2018 en is vervolgens het invorderingsbesluit genomen. Hierbij is het aantal overtredingen gecorrigeerd naar 10 overtredingen vanwege een telfout.
- waarnemingen van 3 november 2017 door toezichthouders die door Bol.Com worden bevestigd in een brief van 5 december 2017;
- waarnemingen van de wijkagent op 12 januari 2018 die zijn vastgelegd in een brief van 28 februari 2018;
- een gesprek met eiseres op 5 december 2017 waarin eiseres het probleem van arbeidsmigranten zou hebben erkend;
- controles en waarnemingen op 7 maart 2018 waaronder een gesprek met een Pool die verklaart Poolse werknemers naar Nederland te brengen om arbeid te laten verrichten;
- een anonieme melding van 10 januari 2018;
- een mailwisseling met eiseres van 14 maart 2018;
- politieoptreden naar aanleiding van het ongeluk op 13 april 2018;
- een erkenning van eiseres in de zienswijzen op het voornemen van de last onder dwangsom.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift van eiseres tegen het primaire besluit met inachtneming van deze uitspraak binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak;
- schorst het primaire besluit tot en met zes weken na de nieuwe beslissing op bezwaar;
- herroept het invorderingsbesluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,00 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.362,50.
mr. H.J. van der Meiden, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 20 augustus 2020.