Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Beschikking van de kantonrechter
de heer [naam verzoeker] ,
de heer [naam betrokkene] ,
De procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 4 juni 2020;
- de bereidverklaring van de voorgestelde curator: [naam] ,
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene is in 2010 door een verkeersongeval zwaar hersenletsel opgelopen en sindsdien zwaar gehandicapt, met blijvende onmogelijkheid tot verbale communicatie en volledige rolstoelafhankelijkheid. Ten behoeve van betrokkene waren reeds een meerderjarigenbewind en mentorschap ingesteld.
Verzoeker, tevens bewindvoerder en mentor, verzoekt om omzetting van deze maatregelen in een ondercuratelestelling, omdat betrokkene zich op grond van de Wet basisregistratie personen moet inschrijven bij de gemeente waar hij verblijft. De gemeente vereist dat betrokkene zich persoonlijk meldt, wat gezien zijn toestand niet mogelijk is. De wet bepaalt dat deze verplichting door een curator kan worden vervuld, maar niet door een bewindvoerder of mentor.
De kantonrechter overweegt dat de gemeente ambtshalve inschrijving had kunnen toepassen, wat in dit geval passender was geweest. Desondanks wordt het verzoek toegewezen om onnodige belemmeringen voor de belangenbehartiging van betrokkene te voorkomen. De ondercuratelestelling wordt ingesteld met benoeming van verzoeker tot curator, waarbij het meerderjarigenbewind en mentorschap eindigen.
De kantonrechter spreekt verzoeker tevens vrij van de verplichting tot het afleggen van eindrekening en verantwoording en van het opmaken van een boedelbeschrijving. De beschikking is gegeven op 28 juli 2020 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het meerderjarigenbewind en mentorschap worden omgezet in een ondercuratelestelling met benoeming van verzoeker tot curator.