Uitspraak
1.De procedure
- het op 12 maart 2020 door [deskundige] ter griffie gedeponeerde deskundigenrapport;
- de conclusie na deskundigenrapport van [eiser] d.d. 23 april 2020;
- de conclusie na deskundigenrapport van [gedaagde] d.d. 28 mei 2020.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding wegens lekkage van de dakbedekking van zijn garage, uitgevoerd door gedaagde op basis van een aannemingsovereenkomst. De rechtbank heeft een deskundigenonderzoek gelast om vast te stellen of gedaagde tekort is geschoten in zijn verplichtingen.
Het deskundigenrapport concludeert dat de kwaliteit van de dakbedekking goed is en dat de onderzochte uitsneden daadwerkelijk afkomstig zijn van het lekgeraakte dak. Eiser kon het aangetaste deel van de dakbedekking niet meer overleggen, waardoor hij in bewijsnood is gekomen. De eerdere rapportages die een gebrekkige dakbedekking stelden, worden door de rechtbank onvoldoende geacht vanwege gebrek aan deskundigheid en tegenstrijdigheid met het deskundigenrapport.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft bewezen dat de lekkage het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming van gedaagde. Daarom worden de vorderingen afgewezen. Ook een integrale proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen, omdat eiser niet misbruik heeft gemaakt van het procesrecht en het belang van de zaak niet op voorhand gering was.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €960,00 ten gunste van gedaagde. Het vonnis is gewezen door de kantonrechter Geurtsen-van Eeden en op 23 juli 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen wegens gebrekkige dakbedekking worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van toerekenbare tekortkoming.