Uitspraak
Inleiding.
2.Het standpunt van de officier van justitie.
3.Het standpunt van de verdediging.
4.Het oordeel van de rechtbank.
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.T.a.v. 01/860194-16 feit 2:
diefstal.T.a.v. 01/860194-16 feit 3:
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.T.a.v. 01/860194-16 feit 4:
opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om een verklaring naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd.
in de uitoefening van een beroep of een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.T.a.v. 01/860023-20 feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet. gegeven verbodT.a.v. 01/860023-20 feit 3:
diefstal.Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Gevangenisstrafvoor de duur van
16 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht waarvan
6 maanden voorwaardelijkmet een
proeftijd van 3 jaren.
Maatregel van schadevergoedingvan
€ 2.477,87
toeen veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf] , van een bedrag van
€ 2.477,87(zegge: vierentwintighonderdzevenenzeventig euro en zevenentachtig eurocenten), te weten materiële schadevergoeding.