Op 29 juni 2018 werd slachtoffer 1 in Arnhem met een mes gestoken en bedreigd met de woorden 'Ik steek jullie neer'. Verdachte werd aangewezen als dader op basis van getuigenverklaringen, anonieme meldingen en herkenning via camerabeelden die ook in Opsporing Verzocht werden getoond.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was. De signalementen van de dader verschilden op meerdere punten van dat van verdachte, zoals huidskleur, postuur, wenkbrauwen en taalbeheersing. Getuigenherkenningen waren deels beïnvloed door voorafgaande gesprekken en voorinformatie, wat de bewijswaarde verminderde.
Deskundigen onderzochten het gangbeeld van verdachte en de dader op de beelden, maar concludeerden dat de kans op overeenkomst ongeveer even groot was als op verschil. Andere kenmerken genoemd door getuigen waren te vaag om overtuigend te zijn. Anonieme bronnen en informatie van het Team Criminele Inlichtingen konden niet als bewijs dienen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Tevens werd de teruggave van inbeslaggenomen goederen gelast en werden de benadeelden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen, met veroordeling in de proceskosten.