De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, en het bezit van een vervalst Pools identiteitsbewijs. De feiten vonden plaats in april 2019 en betroffen het ontvoeren van het slachtoffer uit een bestelbus, het bedreigen met een vuurwapen en het vasthouden van het slachtoffer in een garagebox en een ruimte in België.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, gevonden bewijsmateriaal zoals een vuurwapen en munitie in een auto van medeverdachte, en digitale communicatie op telefoons van verdachte en medeverdachte. De verdediging voerde verweren aan tegen de betrokkenheid van verdachte, maar deze werden door de rechtbank verworpen wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het overtuigende bewijs.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met medeverdachte het slachtoffer met geweld uit een bestelbus heeft gesleept, in een andere auto heeft geduwd, met tape de ogen heeft afgeplakt, en het slachtoffer heeft vastgebonden. Ook is vastgesteld dat verdachte het vuurwapen bewust heeft gehad en dat hij een vervalst identiteitsbewijs bij zich had.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, met aftrek van voorarrest, en een schadevergoeding van €1.000 aan het slachtoffer wegens immateriële schade. De rechtbank vond deze straf passend gezien de ernst van de feiten, de schending van de persoonlijke levenssfeer en de bedreiging met een vuurwapen. Andere vorderingen van het slachtoffer werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.