Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
zij op of omstreeks 10 maart 2020 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of één of meerdere (onbekend gebleven) personen welke gebruik maakten van het busvervoer van (vervoersbedrijf) [slachtoffer 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een gas- en/of luchtdrukpistool, op en/of door één of meerdere ramen van één of meerdere bussen, waarin (en in de nabijheid van welk(e) raam/ramen) zich op dat moment die voornoemde [slachtoffer 1] en/of andere personen bevonden, heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
zij in of omstreeks de periode van 2 maart 2020 tot en met 10 maart 2020 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk
zij op of omstreeks 11 maart 2020 te Eindhoven een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool van het merk Beretta, model 84FS, kaliber 4,5 mm, voorhanden heeft gehad;
zij op of omstreeks 11 maart 2020 te Eindhoven meerdere, althans één wapen(s) van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere, althans één busje(s) met pepperspray zijnde een voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
zij op of omstreeks 14 december 2019 te Eindhoven twee wapens van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten twee opvouwbare messen, zijnde voorwerpen waarvan, gelet op zijn/hun aard en/of de omstandigheden waaronder deze voorwerpen werd(en) aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat deze voorwerpen bestemd was/waren om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen;
zij op of omstreeks 14 december 2019 te Eindhoven opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 52 Wet Pro Wapens en Munitie, gedaan door een ambtenaar, te weten, [slachtoffer 6] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant), belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar van haar de uitlevering van wapens had gevorderd, hieraan geen gevolg te geven.
zij op of omstreeks 9 oktober 20192 te Eindhoven een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen merk Umarex, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen gelijkenis vertoond met een vuurwapen/pistool merk Sig-Sauer, model p226 Black Nitron heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;
zij op of omstreeks 9 oktober 2019 te Eindhoven een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere messen zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen.
zij op of omstreeks 14 september 2018 te Eindhoven [slachtoffer 7] heeft mishandeld door pepperspray, althans een giftige en/of verstikkende en/of weerloos makende en/of traanverwekkende stof, op/in het gezicht van die [slachtoffer 7] te spuiten;
zij op of omstreeks 14 september 2018 te Eindhoven, een ambtenaar, te weten [slachtoffer 8] (brigadier van politie Eenheid Oost-Brabant), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door naar, althans in de richting van, het gezicht van die [slachtoffer 8] te spugen (waarbij speeksel op het voorhoofd en/of in het oog terecht is gekomen);
zij op of omstreeks 14 september 2018 te Eindhoven een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
zij op of omstreeks 14 september 2018 te Eindhoven, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten zes, althans een of meer zakmes(sen), in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zij was bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
De beoordeling van de ten laste gelegde feiten.
t.a.v. parketnummer 01/241219-18 feit 2 primair
t.a.v. parketnummer 01/067190-20 feit 1 en feit 2
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] of één van hen [pag. 73 t/m 83];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] of één van hen [pag. 104 t/m 107];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] of één van hen [pag. 108 t/m 124];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 8] [pag. 188 t/m 209];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 9] [pag. 212 t/m 218].
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 10] [pag. 6 t/m 9];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] of één van hen [pag. 10 en 11].
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 14] of één van hen [pag. 6 t/m 12];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] [pag. 16 t/m 19];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 16] [pag. 21 t/m 26].
t.a.v. parketnummer 01/241219-18 feit 1
- Het proces-verbaal van aangifte inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 8] op 14 september 2018 afgelegd [pag. 17 en 18];
- Het proces-verbaal van verhoor inhoudende als verklaring van verdachte op 14 september 2018 afgelegd [pag. 55 t/m 65].
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisanten [slachtoffer 8] en [verbalisant 17] of één van hen [pag. 19 t/m 25];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 18] [pag. 44];
- Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 19] [proces-verbaal onderzoek wapen] [pag. 46 t/m 54].
De bewezenverklaring.
op 10 maart 2020 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en één of meerdere onbekend gebleven personen welke gebruik maakten van het busvervoer van vervoersbedrijf [slachtoffer 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een gasdrukpistool op en/of door ramen van bussen, waarin en in de nabijheid van welke ramen zich op dat moment die voornoemde [slachtoffer 1] en/of andere personen bevonden, heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
in de periode van 2 maart 2020 tot en met 10 maart 2020 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk
heeft vernield en/of beschadigd;
op 11 maart 2020 te Eindhoven een wapen van categorie I, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool van het merk Beretta, model 84FS, kaliber 4,5 mm, voorhanden heeft gehad;
op 11 maart 2020 te Eindhoven wapens van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten busjes met pepperspray zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
op 14 december 2019 te Eindhoven twee wapens van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten twee opvouwbare messen, zijnde voorwerpen waarvan, gelet op hun aard en de omstandigheden waaronder deze voorwerpen werden aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat deze voorwerpen bestemd waren om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen;
op 14 december 2019 te Eindhoven opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 52 Wet Pro Wapens en Munitie, gedaan door een ambtenaar, te weten, [slachtoffer 6] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant), belast met de uitoefening van enig toezicht en belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar van haar de uitlevering van wapens had gevorderd, hieraan geen gevolg te geven.
op 9 oktober 2019 te Eindhoven een wapen van categorie I, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen merk Umarex, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen gelijkenis vertoond met een vuurwapen/pistool merk Sig-Sauer, model p226 Black Nitron voorhanden heeft gehad;
op 9 oktober 2019 te Eindhoven een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten messen zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen.
op 14 september 2018 te Eindhoven [slachtoffer 7] heeft mishandeld door pepperspray in het gezicht van die [slachtoffer 7] te spuiten;
op 14 september 2018 te Eindhoven opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 8] (brigadier van politie Eenheid Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door naar het gezicht van die [slachtoffer 8] te spugen waarbij speeksel op het voorhoofd en in het oog terecht is gekomen;
op 14 september 2018 te Eindhoven een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
op 14 september 2018 te Eindhoven, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten zes zakmessen, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat deze waren bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] . Gelet op hetgeen is overwogen onder de nadere overwegingen van de rechtbank betreffende parketnummer 01/067190-20 feit 1 en feit 2, acht de rechtbank de vernieling van alle in de aangifte en vordering tot schadevergoeding opgenomen busramen wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht derhalve de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2020 tot de dag der algehele voldoening.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] . De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte partieel wordt vrijgesproken voor het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] . Uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is volgens de rechtbank voldoende gebleken dat aan de benadeelde partij door het onder parketnummer 01/241219-18 feit 2 subsidiair bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Gelet op de vrijspraak voor het primair ten laste gelegde feit en rekening houdend met vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, ziet de rechtbank aanleiding om de vordering van de benadeelde partij te matigen tot € 100,00.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/016168-16.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
gevangenisstrafvoor de duur van
221 dagen[tweehonderdeenentwintig dagen]
30 dagen[dertig dagen]
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een
proeftijd van twee jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel één van de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
maatregel van schadevergoedingtot een bedrag
van € 5.811,81.
maatregel van schadevergoedingtot een bedrag
van € 100,00.
Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen.
benadeelde partij [slachtoffer 2][parketnummer 01/067190-20 feit 2]:
toeen veroordeelt de verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van
€ 5.811,81(zegge: vijfduizendachthonderdelf euro en eenentachtig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
benadeelde partij [slachtoffer 5][parketnummer 01/067190-20 feit 2]:
benadeelde partij [slachtoffer 8][parketnummer 01/241219-18 feit 2 subsidiair]:
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] van een bedrag van
€ 100,00(zegge: honderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.