Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[naam verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
- de bestuurder van de personenauto, bij aanvang van spoor nummer 4 had gereden met een snelheid van minimaal 81 km/h en maximaal 85 km/h, althans met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximunsnelheid van 50 km/h.
- de bestuurder van de personenauto had zijn voertuig niet tijdig tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover de weg vrij en te overzien was.
- Bij de ingang van de [straatnaam 3] naar de [straatnaam 5] aan het begin van de [straatnaam 5] een bord 30 km/h geplaatst was.
- Van de [straatnaam 5] naar de [straatnaam 6] , van de [straatnaam 6] naar de parallelweg van de [straatnaam] , bij de kruising van de [straatnaam 9] met de [straatnaam 7] te Eindhoven tot de plaats van het ongeval geen borden einde 30 km/h zone geplaatst was.