Op 15 september 2019 stak verdachte het slachtoffer tweemaal met een mes in de rechteronderarm en rechterzijde van de borstkas/flank in een uitgaansgebied te Eindhoven. Het slachtoffer liep ernstig letsel op, waaronder een gebroken rib en beschadiging van vitale organen. Verdachte handelde met voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een noodweersituatie, maar dat verdachte disproportioneel handelde door het gebruik van een mes. Het noodweerverweer werd daarom verworpen. Ook het beroep op noodweerexces werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat de overschrijding van de grenzen der verdediging het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd deels toegewezen, waarbij verdachte werd veroordeeld tot betaling van 2.702,57 euro plus wettelijke rente. Verdachte werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.