Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
AOW-pensioen. Wanneer het primaire besluit wordt herroepen, zal hij opnieuw 100% AOW-pensioen ontvangen, aldus eiser. Gelet hierop neemt de rechtbank aan dat eiser belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen het bestreden besluit. De rechtbank zal het beroep dan ook inhoudelijk beoordelen.
‘Een efficiëntere en nauwere samenwerking tussen de socialezekerheidsorganen is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de onder Verordening (EG) nr. 883/2004 vallende personen zo spoedig mogelijk en onder de meest gunstige voorwaarden hun rechten kunnen gaan uitoefenen’. Onder verwijzing hiernaar stelt eiser dat de beslissing van verweerder pas één jaar na indiensttreding bij zijn Belgische werkgever is genomen. Dat is volgens hem niet zo spoedig mogelijk. Gelet hierop dient terugwerkende kracht te worden uitgesloten, aldus eiser.
‘Omdat de sociale zekerheid nu eenmaal een complexe materie is, moet van alle organen van de lidstaten een bijzondere inspanning ten behoeve van de verzekerden worden verlangd om de betrokkenen die hun aanvraag of bepaalde informatie aan het bevoegd orgaan niet volgens de voorschriften en procedures van Verordening (EG) nr. 883/2004 of de onderhavige verordening hebben ingediend, niet te benadelen’. Eiser stelt dat er wegens de financiële consequenties afstemming had moeten plaatsvinden met de Belastingdienst. Ook hierin volgt de rechtbank eiser niet. De aangehaalde overweging heeft immers betrekking op de situatie dat een aanvraag of bepaalde informatie van betrokkene niet volgens de voorschriften en procedures van de Verordeningen 883/2004 en 987/2009 zijn ingediend. Daarvan is in het geval van eiser geen sprake. Reeds om die reden kan ook dit betoog eiser niet baten.