ECLI:NL:RBOBR:2020:508
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet en schadevergoeding
Op 1 januari 2019 heeft verdachte samen met een medeverdachte het slachtoffer in een parkeergarage in Eindhoven meerdere malen hard tegen het hoofd en lichaam geschopt en geslagen, terwijl het slachtoffer bewusteloos op de grond lag. Verdachte gebruikte daarbij een schroevendraaier als wapen. Het slachtoffer liep ernstig hoofdletsel op met blijvende klachten.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen vol opzet had op de dood van het slachtoffer, maar wel voorwaardelijk opzet, omdat hij zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou overlijden door de zware geweldshandelingen. Het verweer van (putatief) noodweer(exces) werd verworpen, omdat verdachte en zijn medeverdachte de confrontatie opzochten en het geweld aanvallend was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 48 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schadevergoeding van €15.010,52 aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade. De rechtbank wees een deel van de gevorderde schade toe en verklaarde het overige deel niet-ontvankelijk wegens onvoldoende bewijs. Verdachte werd ook veroordeeld in de kosten van de benadeelde partij en de tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf en betaling van €15.010,52 schadevergoeding voor medeplegen van poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet.