ECLI:NL:RBOBR:2020:5091
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake beëindiging bewoning arbeidsmigranten op vakantiepark
Verzoekster, Oostappen Vakantiepark Prinsenmeer B.V., werd bij besluit van 1 maart 2019 gelast om uiterlijk 1 mei 2019 alle bewoning door arbeidsmigranten op het vakantiepark te beëindigen. Bij niet-naleving was een dwangsom van maximaal € 500.000,- opgelegd. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 24 december 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter overwoog dat verweerder bereid was de termijn te verlengen tot vier weken na uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afwees. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan op 19 oktober 2020, zonder zitting, en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk. De zaak betreft bestuursrechtelijke procedures rondom handhaving van bestemmingsvoorschriften en het gebruik van recreatieverblijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het primaire besluit blijft onverkort van kracht.