Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2020:5172

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 oktober 2020
Publicatiedatum
23 oktober 2020
Zaaknummer
C/01/360564 / FA RK 20-3268
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot voornaamswijziging wegens pesten, geweld en seksueel misbruik

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot wijziging van zijn voornamen vanwege langdurige pesterijen gericht op zijn officiële voornaam en een afkeer die hij heeft ontwikkeld omdat de naam door zijn vader is gegeven, met wie hij geen band heeft vanwege mishandeling en seksueel misbruik. De vader bevindt zich in detentie. Verzoeker heeft hierdoor ernstige psychische gevolgen ondervonden, waaronder depressies en zelfmoordpogingen.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:4 BW Pro en artikel 8 EVRM Pro, waarbij is gekeken naar het zwaarwichtig belang van verzoeker en de belangenafweging tussen individu en staat. Verzoeker heeft een nieuwe naam gekozen die hij passend vindt en waarmee hij zich kan identificeren, en die niet ongepast is of conflicteert met bestaande geslachtsnamen.

De rechtbank concludeert dat het zwaarwichtig belang aanwezig is en dat de wijziging een afsluiting van het verleden mogelijk maakt. Daarom wordt het verzoek toegewezen en wordt de voornaamswijziging gelast. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornamen wordt toegewezen vanwege zwaarwichtig belang en bescherming van het privéleven.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/360564 / FA RK 20-3268
Uitspraak : 12 oktober 2020
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
hierna mede te noemen: verzoeker,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. E.P.J. Appelman.

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 13 juli 2020.
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoeker.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 25 september 2020.
Omdat als gevolg van het coronavirus geen mondelinge behandeling in elkaars aanwezigheid op de rechtbank kon plaatsvinden, heeft de rechter via Skype in de vorm van een groepsgesprek gesproken met verzoeker en zijn advocaat.

De beoordeling

Verzoeker verzoekt wijziging van zijn voornamen van [voornaam A] [voornaam B] in [voornaam C] [voornaam B] [voornaam D] .
Hij stelt dat hij gedurende een groot deel van zijn leven gepest is geweest. Die pesterijen zagen onder meer op de voornaam van verzoeker, waarbij hij met regelmaat werd aangesproken als ‘ [X] ’ en ‘ [Y] ’. Verzoeker heeft hierdoor een sterke afkeer tegen zijn voornaam ontwikkeld.
Daarnaast stelt verzoeker dat hij een grote hinder ondervindt van zijn voornaam vanwege het feit dat deze hem werd gegeven door zijn vader. Hij heeft geheel geen band met zijn vader. Zijn vader bevindt zich momenteel in detentie. Verzoeker heeft een sterke afkeer van zijn voornaam en tracht deze in het maatschappelijk verkeer zo min mogelijk te gebruiken. Verzoeker is in het verleden depressief geweest en heeft tweemaal een zelfmoordpoging ondernomen, waarvan één bijna gelukt was. Verzoeker heeft van de pesterijen tot op de dag van vandaag de gevolgen ondervonden, namelijk doordat hij wantrouwig is tegenover derden, snel bang is en vindt dat hij ‘niet echt iets goed kan doen’, al vindt zijn familie van wel. Verzoeker is zogezegd beschadigd geraakt.
Door indiening van dit verzoek wil verzoeker een nieuwe start maken en afsluiting zoeken voor zijn ingrijpende verleden. Verzoeker gebruikt zijn officiële voornaam niet langer en stelt zich aan anderen, waar mogelijk, voor als [voornaam C] . Hij wil op geen enkele wijze meer geconfronteerd worden met zijn officiële voornaam.
Verzoeker stelt dat hij een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij wijziging van zijn voornaam op grond van artikel 1:4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Subsidiair beroept hij zich erop dat weigering om de verzochte voornaamswijziging van verzoeker toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging in zijn recht op bescherming van zijn privéleven betekent zoals bedoeld in artikel 8 van Pro het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De vraag wanneer sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang, wordt in de wet en de wetsgeschiedenis niet beantwoord. Daarvoor dient aansluiting te worden gezocht bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechte van de Mens (EHRM).
Omdat voornamen een middel zijn om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren, vallen zij onder het begrip privéleven en familie- of gezinsleven, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Het door dit artikel beschermde belang brengt mee dat inmenging van enig openbaar gezag niet is toegestaan. Niet iedere regulering houdt evenwel ook een inmenging in. Een weigering om een voornaam te wijzigen kan niet zonder meer als ongeoorloofde inmenging worden aangemerkt. Daarvoor zal steeds moeten worden onderzocht of sprake is van een evenwichtige belangenafweging (“fair balance”) tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de staat, waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat de staat een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt.
Of de weigering om een voornaam te wijzigen, een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, hangt af van de mate van ongemak en overlast die de betrokkene, in dit geval verzoeker, hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder de vraag of het voor betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren.
Ter zitting is gebleken dat verzoeker geen goede band met zijn vader heeft. Verzoeker is door zijn vader ernstig mishandeld en misbruikt. Hij identificeert zich niet met zijn vader en het agressieve geweld en misbruik waaraan deze zich schuldig heeft gemaakt en waarvoor deze nu in detentie zit. Daarnaast is verzoeker veelvuldig gepest met zijn eerste voornaam.
Gebleken is dat verzoeker de naam [voornaam C] heeft gekozen omdat hij vrienden uit Amerika heeft die deze naam dragen en verzoeker vindt dat deze naam bij zijn innerlijk past. Ook is de naam volgens verzoeker niet te associëren met negatieve dingen. Gebleken is dat verzoeker de naam [voornaam D] graag toegevoegd wil hebben aan zijn voornamen omdat dit de naam is van iemand uit de familie van verzoeker die voor hem een rots in de branding is en die voor mensen klaar staat. Verzoeker wil zelf bij Defensie ook mensen gaan helpen. De naam [voornaam D] associeert verzoeker met hoe hij zich voelt over zichzelf en over het gevoel dat hij zelf ook mensen kan helpen.
De rechtbank acht voldoende zwaarwichtig belang aanwezig om de verzochte wijziging van de voornamen van verzoeker te gelasten. De rechtbank begrijpt dat het wijzigen van zijn voornaam, die door zijn vader is gekozen en waarmee verzoeker veelvuldig is gepest, voor verzoeker een afsluiting van het verleden is. Verzoeker heeft goed nagedacht over de voornamen die hij wenst te dragen en heeft namen gekozen waarmee hij zich kan identificeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat de door verzoeker gewenste voornamen ongepast zijn in de zin van artikel 1:4 lid 2 BW Pro of dat deze overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek als op de wet gegrond toewijzen.

De beslissing

De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornamen van verzoeker van [voornaam A] [voornaam B] in [voornaam C] [voornaam B] [voornaam D] .
Deze beschikking is gegeven door mr. V.R. de Meyere, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 12 oktober 2020.
Conc: mja
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op
andere wijze bekend is geworden.