Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2020:5328

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
29 oktober 2020
Publicatiedatum
2 november 2020
Zaaknummer
C/01/355439 / FA RK 20-518
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over gezagsaanhouding en achternaamwijziging minderjarige

De rechtbank Oost-Brabant behandelde het verzoek van een elfjarige minderjarige die wilde dat zijn moeder het alleenvoudige gezag over hem kreeg en zijn achternaam werd gewijzigd. De minderjarige woont sinds de echtscheiding bij zijn moeder en heeft al jaren geen contact meer met zijn vader vanwege diens boosheid en mishandelingen. Ook is er geen contact met zijn zusje, wat de rechter zorgelijk vindt.

De rechtbank oordeelde dat de minderjarige voldoende inzicht heeft in de gevolgen van zijn verzoek. Echter, vanwege de complexe gezinssituatie en het ontbreken van contact tussen broers en zussen, besloot de rechter de beslissing over het gezag pro forma aan te houden. Er wordt een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming ingesteld om de situatie te beoordelen en advies uit te brengen over het gezag en eventuele hulpbehoeften.

De rechtbank wees het verzoek tot achternaamwijziging af omdat dit verzoek niet rechtstreeks door de minderjarige bij de rechtbank kan worden ingediend, maar door een van de ouders bij de Koning volgens artikel 1:7 BW Pro. De ouders en de minderjarige worden geïnformeerd over de verdere procedure en de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: Beslissing over gezag wordt aangehouden voor raadsonderzoek en verzoek tot achternaamwijziging wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/355439 / FA RK 20-518
Uitspraak : 29 oktober 2020
Beschikking op het verzoek van

[minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

verder te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

wonende op een geheim adres,
verder te noemen: de moeder,
en

[vader] ,

wonende op een geheim adres,
verder te noemen: de vader.
De procedure
[minderjarige] heeft via de kinder- en jongerenrechtswinkel een brief geschreven aan de rechter. Die brief is op 12 februari 2020 bij de rechtbank binnengekomen.
De rechter heeft op 24 juni 2020 met [minderjarige] gesproken.
Op 1 oktober 2020 heeft de rechter met de ouders van [minderjarige] en iemand van de raad voor de kinderbescherming over de brief gesproken.
De feiten
Op 14 februari 2013 heeft de vader [minderjarige] geadopteerd.
[minderjarige] woont sinds de echtscheiding bij zijn moeder. De ouders van [minderjarige] hebben samen het gezag over hem. Dat betekent dat zij samen beslissingen over hem moeten nemen.
Het zusje van [minderjarige] , [naam zus] , woont bij de vader. De vader heeft nog een dochter uit een eerdere relatie en de moeder heeft nog twee kinderen met haar huidige partner.
Het verzoek van [minderjarige]
wil dat de rechter bepaalt dat zijn moeder alleen het gezag over hem krijgt en dat zijn achternaam wordt veranderd.
De beoordeling van het verzoek van [minderjarige]
De rechter moet allereerst beoordelen of [minderjarige] , die elf jaar oud is, kan overzien wat zijn verzoek betekent. De rechter vindt dat [minderjarige] dat kan.
[minderjarige] heeft in het gesprek met de rechter verteld dat hij al bijna vijf jaar niet meer naar zijn vader gaat. Hij wil dat ook niet meer. Zijn vader was altijd boos en deed hem vaak pijn.
Daarom wil [minderjarige] ook de achternaam van zijn vader niet meer gebruiken.
[minderjarige] heeft een jaar lang gesprekken gehad met een psycholoog, omdat hij zich vaak boos voelde. Daar heeft hij veel aan gehad, het gaat nu beter met hem. [minderjarige] wil zijn vader eigenlijk niet meer zien, maar hij zou nog wel een keer met hem willen praten over wat er allemaal is gebeurd. [minderjarige] heeft ook geen contact meer met [naam zus] en dat vindt hij heel jammer.
Over het gezag
De rechter zal nu nog geen beslissing nemen over het gezag. De reden daarvoor is dat de rechter - net als de raad voor de kinderbescherming - zich veel zorgen maakt over de situatie van [minderjarige] . [minderjarige] heeft namelijk ook geen contact met [naam zus] en [naam zus] heeft geen contact met haar moeder. Het is niet goed voor broers en zussen om geen contact met elkaar te hebben. De ouders zouden daar eigenlijk met elkaar over moeten praten en moeten regelen dat [minderjarige] en [naam zus] elkaar weer kunnen zien, maar dat doen ze niet. De rechter vindt dat de kinderen en hun ouders daar hulp bij nodig hebben.
Om erachter te komen welke hulp precies nodig is, zal de rechter aan de raad voor de kinderbescherming vragen onderzoek te doen. Iemand van de raad voor de kinderbescherming gaat dan praten met [minderjarige] , zijn ouders en andere mensen (bijvoorbeeld school en de psycholoog). Daarna schrijft de raad voor de kinderbescherming op wat de raad het beste vindt om de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. Dat is een advies van de raad aan de rechter. Dat advies wordt naar de rechtbank gestuurd en daarna mogen de ouders erop reageren in een brief aan de rechtbank.
Daarna neemt de rechter pas een beslissing over het gezag. Die beslissing wordt nu dus uitgesteld. Dat heet met een moeilijk woord: ‘pro forma aanhouden’.
Het onderzoek van de raad voor de kinderbescherming moet niet alleen gaan over de vraag wie de beslissingen over [minderjarige] mag nemen, maar ook over de vraag welke hulp voor de ouders nodig is. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat de raad voor de kinderbescherming vindt dat er een gezinsvoogd moet komen. Dat is iemand die in de gaten moet houden hoe het gaat met [minderjarige] en [naam zus] , die de ouders moet helpen om betere afspraken met elkaar te maken en die ook hulp kan inschakelen als dat nodig is.
Als de rechtbank het advies van de raad voor de kinderbescherming heeft gekregen, zal de rechter bepalen of er een nieuwe zitting moet komen of dat er meteen een beslissing kan worden genomen over het gezag. [minderjarige] krijgt dan vanzelf weer bericht van de rechter.
Wat is de beslissing van de rechter over de achternaam van [minderjarige] ?
De rechter zal wel nu een beslissing nemen over het verzoek van [minderjarige] tot wijziging van zijn achternaam. De rechter zal dat verzoek afwijzen. De reden van die afwijzing is dat [minderjarige] dit verzoek niet aan de rechtbank kan doen. Zo’n verzoek kan wel door een van de ouders aan de Koning worden gedaan. Dat staat in de wet (artikel 1:7 van Pro het Burgerlijk Wetboek). Op internet is daar meer informatie over te vinden.
De beslissing
De rechtbank:
houdt de beslissing over het gezag aan tot
23 februari 2021 pro forma, met het verzoek aan de raad voor de kinderbescherming om onderzoek te doen naar de volgende vragen:
- is een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] ; zo ja, waarom en zo niet, waarom niet?
- wat adviseert de raad over het gezag over [minderjarige] ?
- wat vindt de raad dat er verder nog moet gebeuren om de situatie voor [minderjarige] beter te maken?
verzoekt de raad voor de kinderbescherming om het schriftelijk advies
uiterlijk 9 februari 2021naar de rechtbank te sturen en tegelijkertijd een kopie aan de ouders te sturen;
verzoekt de ouders om
uiterlijk 16 februari 2021schriftelijk, in een brief aan de rechtbank, op het advies te reageren (als zij dat willen). De rechtbank zal de ouders en [minderjarige] daarna laten weten of er een nieuwe zitting komt of dat er zonder nieuwe zitting een beslissing genomen zal worden;
wijst het verzoek van [minderjarige] tot wijziging van zijn achternaam af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Lammers, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 29 oktober 2020.
Conc: db
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch:
a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator, door tussenkomst van een advocaat: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door de minderjarige zelf als zijn verzoek ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden door tussenkomt van een advocaat: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
d. door andere belanghebbenden door tussenkomst van een advocaat: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden.