Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
:
1.Procesverloop
- de beschikking van de burgemeester d.d. [datum] ;
- de medische verklaring d.d. [datum] ;
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. [datum] ;
- het episodejournaal.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van de cliënt op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Het verzoek werd ingediend met bijbehorende medische verklaringen en indicatiebesluiten.
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 januari 2020 werden de cliënt, zijn advocaat, twee artsen, een verzorgende en een familielid gehoord. De medische verklaring van een psychiater stelde twee vermoedelijke diagnoses vast, waarbij Korsakov als belangrijkste diagnose werd genoemd. Deze diagnose werd echter uitdrukkelijk betwist door de advocaat en de zwager van de cliënt.
De rechtbank nam de verklaringen van de huisarts en een specialist ouderengeneeskunde mee, die beide aangaven dat de diagnose Korsakov niet met voldoende zekerheid kon worden gesteld en dat nader onderzoek nodig was zonder tijdsdruk. Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat niet werd voldaan aan de wettelijke criteria voor onvrijwillige zorg zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b van de Wzd.
Daarom wees de rechtbank het verzoek van het CIZ af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende zekerheid over de medische diagnose.