De rechtbank Oost-Brabant heeft bewezen verklaard dat verdachte samen met een ander grootschalig synthetische drugs heeft geproduceerd, grote hoeveelheden MDMA in bezit had en voorbereidingshandelingen heeft verricht zoals bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet. Op 14 mei 2019 werd een professioneel ingericht drugslaboratorium aangetroffen in een loods te Liempde, met diverse ruimten voor opslag, destillatie, productie, kristallisatie en droging van MDMA. Verdachte en een medeverdachte werden tijdens een politieactie in een vakantiehuisje op hetzelfde perceel aangehouden.
De rechtbank baseerde haar oordeel op onder meer verklaringen van de perceeleigenaar, getuigenverklaringen, vondsten van kleding en persoonlijke spullen met sporen van MDMA en PMK, en DNA-matches op beschermingsmiddelen en kledingstukken die sterk verwezen naar betrokkenheid van verdachte bij het productieproces. Verdachte gaf een niet-onderbouwde verklaring over afvalverwijdering, die de rechtbank niet aannam.
De rechtbank oordeelde dat verdachte als 'kok' een actieve en essentiële rol had bij de productie van synthetische drugs, waarbij de productiecapaciteit en de hoeveelheid aangetroffen grondstoffen wijzen op een omvangrijke operatie. Verdachte werd veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelast, met het advies aan de Minister om deze niet uit te voeren voordat het vonnis onherroepelijk is geworden.