De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het verkopen, aanbieden en afleveren van vlees dat schadelijk was voor het leven of de gezondheid, en voor meerdere overtredingen van de Warenwet. Gedurende enkele maanden in 2016 boden verdachte en medeverdachten grote hoeveelheden vlees aan dat niet voldeed aan de wettelijke eisen, zoals etikettering en traceerbaarheid.
Het bewijs toonde aan dat het vlees onder onjuiste temperaturen werd vervoerd, wat de veiligheid en gezondheid van consumenten in gevaar bracht. Verdachte was als exploitant verantwoordelijk en verzweeg het schadelijke karakter van het vlees bewust. Daarnaast werden verplichte etiketten en documenten niet aangebracht, wat leidde tot overtredingen van Europese verordeningen en de Warenwet.
De rechtbank stelde vast dat verdachte en medeverdachten gezamenlijk handelden en dat het bewijs wettig en overtuigend was. De strafmaat bestond uit een taakstraf van 120 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en geldboetes van €500,- voor de overtredingen. De rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn, maar vond een schuldigverklaring zonder straf niet passend gezien de ernst van de feiten.