De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Oost-Brabant om een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor betrokkene, aansluitend op een eerdere zorgmachtiging die liep tot 28 oktober 2020. Deze machtiging zou voor de duur van twaalf maanden worden verleend. Tijdens de mondelinge behandeling op 26 oktober 2020 werden diverse stukken besproken, waaronder een medische verklaring van 1 oktober 2020, een zorgplan, en relevante justitiële gegevens.
Betrokkene en haar advocaat betwistten dat sprake was van ernstig nadeel en voerden aan dat de medische verklaring niet was ondertekend en niet kon worden vastgesteld dat deze afkomstig was van de onafhankelijke psychiater die in de verklaring werd genoemd. De rechtbank vroeg voorafgaand aan de zitting of alsnog een ondertekende verklaring kon worden overgelegd, maar dit bleek niet mogelijk.
De rechtbank concludeerde dat de medische verklaring niet voldeed aan het vereiste dat moet kunnen worden vastgesteld dat deze van de onafhankelijke psychiater afkomstig is, mede omdat de verklaring niet was ondertekend en er geen andere bevestiging was. Gezien dit formele gebrek wees de rechtbank het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.