Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift, ontvangen op 7 juli 2020,
- het verweerschrift met daarin een tegenverzoek, ontvangen op 14 oktober 2020,
- de aanvullende bijlagen 10, 11 en 12 bij verzoekschrift, ontvangen op 15 oktober 2020,
- de aanvullende bijlage 13 bij verzoekschrift, ontvangen op 16 oktober 2020,
- de mondelinge behandeling op 20 oktober 2020, waar partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
2.Het verzoek en het tegenverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- de deskundige dient
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen;
- partijen kunnen desgewenst
- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag; indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de rechter worden vastgesteld,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op
- de deskundige pas met het onderzoek kan beginnen ná het bericht van de griffier over de betaling van het voorschot. Een eerder begin van het onderzoek geschiedt voor eigen rekening en risico van de deskundige;
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn. Laat de deskundige dit na, dan geschiedt dit voor eigen rekening en risico,
- de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen;
- en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven tot het verrichten van het onderzoek,
- uit het schriftelijke rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden en partijen de gelegenheid moet geven om binnen vier weken na verzending van het rapport daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden. Dit met het oog op het fundamentele recht van hoor en wederhoor,