Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- draagt de minister en de staatssecretaris op uiterlijk op 15 januari 2021 een eerste deelbesluit te nemen over de 800 documenten als bedoeld onder rechtsoverweging 5;
- draagt de minister en de staatssecretaris op uiterlijk op 6 mei 2021 een besluit te nemen over de overige documenten;
- bepaalt dat de minister en de staatssecretaris een dwangsom van € 100 verbeuren voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijnen overschrijden, met een maximum van € 15.000;
- bepaalt dat de minister het door eiseres in zaak 20/1958 betaalde griffierecht van
- bepaalt dat de staatssecretaris het door eiseres in zaak 20/1959 betaalde griffierecht van € 354 vergoedt aan eiseres;
- veroordeelt de minister en de staatssecretaris in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 262,50, met dien verstande dat als de een dit bedrag betaalt aan eiseres de ander van die betalingsverplichting is bevrijd.