Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijsmotivering.
Nadere bewijsoverwegingen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
zes jaren, met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft gezeten.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
Totaal gevorderde schade:
30.513,92 euro.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
materiële schade:
Totaal gevorderde schade:
30.021,- euro.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
gevangenisstraf voor de duur van 6 jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
gedeeltelijk toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van 15.104,08 euro, bestaande uit 104,08 euro materiële schade (posten: reiskosten en aanschaf medicatie) en 15.000,00 euro immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 15.104,08 euro, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 110 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
gedeeltelijk toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van 15.021,00 euro, bestaande uit een bedrag van 21 euro materiële schade (post: reiskosten) en een bedrag van 15.000,00 euro immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van 15.021,00 euro, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 110 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.