Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 1 juli 2020 en de daarin aangeduide processtukken,
- de akte na tussenvonnis in conventie van CZ,
- de antwoordakte na tussenvonnis in conventie van [gedaagde] .
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele procedure vordert zorgverzekeraar CZ terugbetaling van declaraties die door een psychiater zijn ingediend voor zorg die niet conform de zorgovereenkomst is verleend. De psychiater declareerde structureel meer zorg dan daadwerkelijk werd geleverd, met name voor behandelingen op een locatie waar geen praktijkgebondenheid bestond.
CZ stelde dat de declaraties onverschuldigd waren betaald omdat de zorg niet door de psychiater zelf, maar door een niet-gecontracteerde zorgaanbieder op die locatie had moeten worden gedeclareerd. De psychiater voerde onder meer aan dat er geldige verwijzingen waren en dat de behandelingen op het overeengekomen praktijkadres plaatsvonden.
De rechtbank oordeelde dat de zorg op de locatie van de niet-gecontracteerde aanbieder niet voor vergoeding in aanmerking kwam en dat de psychiater gebonden was aan zijn eerdere stellingen over behandellocaties. De declaraties voor die locatie zijn terecht afgewezen en onverschuldigd betaald. Voor een aantal patiënten werd de declaratie alsnog goedgekeurd wegens onvoldoende onderbouwing van afwijzing. De rechtbank veroordeelde de psychiater tot terugbetaling van € 313.486,36 plus wettelijke rente vanaf 1 januari 2013, betaling van beslagkosten en proceskosten.
Uitkomst: Psychiater veroordeeld tot terugbetaling van € 313.486,36 plus rente en kosten wegens onverschuldigde declaraties.