Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 december 2020 in de zaken tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze, verweerder
de raad van de gemeente Bernheze(vergunninghouder).
Procesverloop
Overwegingen
- de toetsing van de aanvraag aan artikel 6.19 van de Verordening ruimte Noord-Brabant (VrNB)
- de borging van de maatregelen ter voorkoming van hinderlijke zonlichtweerkaatsing
- de gevolgen van het zonnepark op de geluidsbelasting vanwege de A59
- heeft u recent (dat wil zeggen direct voor 18 november 2019) onderzocht of de bestaande capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van energie onvoldoende is? Wat staat er in dit onderzoek?
- heeft u recent (dat wil zeggen direct voor 18 november 2019) een locatieonderzoek verricht naar geschikte locaties voor zelfstandige opstelling van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit? Wat staat er in dit onderzoek?
- Indien u dit niet heeft onderzocht, kunt u dan onderzoek verrichten en vervolgens antwoord geven op beide vragen?
de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie op bestaande bouwpercelen onvoldoende is, rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden voor windenergie. De bouw van het zonnepark past naar het oordeel van de rechtbank voorts, mede gelet op wat de rechtbank hierna overweegt met betrekking tot het ruimtegebruik en de inpassing, in het onderzoek naar geschikte locaties, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit.
Strekt voorschrift 18 van het herstelbesluit tot toepassing van volledige absorberende schermen? Indien dit niet het geval is, kan verweerder motiveren of de resterende weerkaatsing van zonlicht aanvaardbaar is.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten 1 en 2 gegrond;
- vernietigt de bestreden besluit 1 en 2;
- verklaart de beroepen tegen het herstelbesluit van 18 november 2019 gegrond;
- vernietigt het bestreden herstelbesluit van 18 november 2019;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het herstelbesluit van 18 november 2019 geheel in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 1, 2 en 7 gezamenlijk, begroot op € 1.575,00;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser 3, begroot op € 1.575,00;
- draagt verweerder op het door eisers 1, 2, 3, 5, 6 en 7 betaalde griffierecht van € 174,00 aan ieder van hen te vergoeden;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 348,00 aan eiser 4 te vergoeden.